ECLI:NL:CRVB:2018:1436
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens verstoorde arbeidsverhouding zonder recht op aanvullende vergoeding
Appellante was sinds 1999 in dienst van de gemeente en ondervond vanaf eind 2013 gezondheidsklachten door het klimaatbeheersingssysteem op haar werkplek. Ondanks meerdere aanpassingen en een re-integratietraject bleef het probleem bestaan, wat leidde tot een impasse in de arbeidsrelatie.
Het college verleende buitengewoon verlof en stelde een vaststellingsovereenkomst voor, die appellante weigerde te accepteren. Uiteindelijk verleende het college ontslag op grond van artikel 8:8 van Pro de Arbeidsvoorwaardenregeling vanwege het ontbreken van uitzicht op herstel van de samenwerking. Appellante maakte bezwaar tegen het ontslag en stelde dat het college onvoldoende herplaatsingsinspanningen had verricht en dat het gebruik van een stiltekamer een oplossing bood.
De Raad oordeelde dat het college voldoende inspanningen had geleverd om de klachten te verhelpen, maar dat verdere aanpassingen niet mogelijk waren zonder wettelijke eisen te schenden. De stelling van appellante over het uitschakelen van het klimaatbeheersingssysteem met een afstandsbediening werd verworpen. Ook was interne herplaatsing niet mogelijk vanwege het ontbreken van geschikte kantoorruimte zonder klimaatbeheersingssysteem.
De Raad bevestigde dat het ontslag terecht was en wees de aanvullende vergoeding af omdat het ontslag voor een aanzienlijk deel aan appellante zelf te wijten was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag wordt bevestigd en appellante krijgt geen aanvullende vergoeding toegekend.