ECLI:NL:CRVB:2018:1366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, geboren in 1971 en bekend met prelinguale doofheid, heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd. Na eerdere afwijzingen volgde een inhoudelijke beoordeling op basis van de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW). Medische en arbeidskundige onderzoeken concludeerden dat zij beperkt is door een lichte verstandelijke beperking, borderline persoonlijkheid en doofheid, maar in staat is passende arbeid te verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond omdat de beoordeling op grond van de juiste wettelijke criteria moest plaatsvinden, maar handhaafde de afwijzing van de uitkering. Appellante stelde in hoger beroep dat het onderzoek onvoldoende was, met name rond haar belastbaarheid vanaf haar 17e en 18e levensjaar, mede gezien een diagnose ADHD.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en navolgbaar was uitgevoerd, dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van november 2014 de beperkingen adequaat vastlegde, en dat appellante onvoldoende medische onderbouwing leverde voor meer beperkingen in haar jeugd. Ook de arbeidskundige beoordeling was toereikend. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering na zorgvuldige beoordeling.