ECLI:NL:CRVB:2018:1329
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens verstoorde arbeidsverhouding bij gemeente Den Haag
Betrokkene was sinds 2007 werkzaam bij de gemeente Den Haag en raakte in 2010 in een conflict met zijn leidinggevende na een onvoldoende beoordeling. Ondanks het intrekken van deze beoordeling en pogingen tot mediation en herplaatsing, bleef het vertrouwen tussen partijen ernstig verstoord. Betrokkene toonde zich niet coöperatief, onder meer door het maken van geluidsopnamen zonder toestemming en het schenden van de geheimhoudingsplicht.
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde betrokkene een schriftelijke berisping op en verleende hem uiteindelijk eervol ontslag op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit ontslag ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, stellende dat voortzetting van het dienstverband in redelijkheid niet van het college kon worden verlangd en dat herplaatsing niet haalbaar was.
De Raad wees erop dat betrokkene zelf had verzocht terug te keren naar zijn eigen afdeling maar vervolgens niet meewerkte aan het herstel van vertrouwen. Ook de mislukte mediation en schending van de geheimhoudingsplicht droegen bij aan het oordeel dat het ontslag gerechtvaardigd was. Het hoger beroep van de erven van betrokkene werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd.
Uitkomst: Het ontslag van betrokkene wegens een verstoorde arbeidsverhouding wordt bevestigd.