ECLI:NL:CRVB:2018:1327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit aanwijzing als VWNW-kandidaat en weigering plaatsing directiesecretaris
Appellant was werkzaam bij een centrum dat per 1 januari 2016 moest sluiten, waarna een reorganisatie plaatsvond. De functie van appellant verviel volgens het vastgestelde Organisatie- en Formatierapport (O&F rapport). De minister wees appellant aan als verplicht Van Werk Naar Werk (VWNW)-kandidaat en weigerde plaatsing in de nieuwe organisatie. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en tegen de afwijzing van zijn sollicitatie voor de functie van directiesecretaris.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het besluit tot aanwijzing als VWNW-kandidaat onterecht was, de plaatsingsprocedure onzorgvuldig verliep en dat hij binnen redelijke termijn geschikt te maken was voor de functie van directiesecretaris. De Raad oordeelde dat de minister voldoende had onderbouwd dat de functie verviel en dat het besluit gebaseerd kon worden op het O&F rapport. De plaatsingsadviescommissie had terecht geoordeeld dat appellant niet voldeed aan de functie-eisen, waaronder een afgeronde WO-opleiding en relevante leidinggevende ervaring.
De Raad verwierp het betoog over onzorgvuldigheid van de procedure omdat de functieprofielen tijdig beschikbaar waren en appellant bekend was met de eisen. Ook het argument dat appellant binnen redelijke termijn geschikt te maken zou zijn, werd verworpen vanwege het ontbreken van relevante ervaring en het niet tijdig afronden van de opleiding. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot aanwijzing als VWNW-kandidaat, weigering plaatsing en afwijzing sollicitatie.