ECLI:NL:CRVB:2018:1294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bezwaar tegen alsnog opgelegde maatregel in bijstandsverlening
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Participatiewet en kreeg bij besluit van 28 augustus 2015 een maatregel opgelegd wegens het niet nakomen van verplichtingen. Deze maatregel kon destijds niet worden uitgevoerd vanwege intrekking van de bijstand. Bij een nieuw toekenningsbesluit in januari 2016 werd de maatregel alsnog opgelegd over een andere periode.
Appellant verklaarde het bezwaar tegen de maatregel niet-ontvankelijk en beoordeelde het bezwaar niet inhoudelijk. De rechtbank vernietigde dit besluit en gaf appellant opdracht het bezwaar opnieuw te beoordelen. In hoger beroep stelde appellant dat bezwaar tegen de maatregel niet mogelijk was omdat deze al eerder was opgelegd en onherroepelijk was geworden.
De Raad oordeelde dat het toekenningsbesluit een zelfstandig maatregelbesluit bevatte waartegen bezwaar mogelijk is. De Raad bevestigde dat appellant het bezwaar ten onrechte niet inhoudelijk heeft beoordeeld en dat hij dit alsnog moet doen. Daarnaast oordeelde de Raad dat de afstemming van de bijstand op de door ouders betaalde zorgpremie terecht was toegepast.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Appellant moet het bezwaar tegen het alsnog opgelegde maatregel inhoudelijk beoordelen; uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.