Uitspraak
18.212 WLZ, 18/970 WLZ-VV
.De voorzieningenrechter heeft het onderzoek gesloten en bepaald dat mondeling uitspraak wordt gedaan op zowel het hoger beroep als het verzoek om voorlopige voorziening.
Centrale Raad van Beroep
De minderjarige verzoekster, lijdend aan de progressieve aandoening Ataxia Telangiectasia, vroeg om een indicatie voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). De aanvraag werd door appellant afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het medisch advies van de medisch adviseur van appellant, waarop het besluit was gebaseerd, zorgvuldig en juist was. Er waren geen objectieve medische gegevens aangeleverd die dit advies konden betwijfelen.
Het advies concludeerde dat verzoekster behoefte had aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid, maar niet aan permanent toezicht. Gezien haar leeftijd viel deze zorg onder de gebruikelijke zorg die ouders aan kinderen in die leeftijd geven. Daarom was de afwijzing van de aanvraag terecht.
De voorzieningenrechter vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard.