ECLI:NL:CRVB:2018:1179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en belastbaarheid bij voortzetting ziekengeld
Appellant, laatst werkzaam als grondwerker, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een toetsing in het tweede ziektejaar concludeerde een verzekeringsarts dat appellant belastbaar was met beperkingen volgens een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige stelde vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met geselecteerde functies, waarop het UWV het recht op ziekengeld beëindigde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische beperkingen en verstandelijke capaciteiten waren onderschat en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren, mede vanwege zijn astma en hooikoorts. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat het rapport van een klinisch psycholoog geen aanleiding gaf tot andere conclusies. Ook de geschiktheid van de functies werd voldoende gemotiveerd.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze oordelen. De Raad stelt vast dat appellant een depressieve stoornis had maar minder beperkt was dan eerder aangenomen. De Raad vindt de medische en arbeidskundige rapportages overtuigend en ziet geen reden een deskundige te benoemen. De bezwaren van appellant tegen de functies, waaronder het opleidingsniveau en de blootstelling aan stof en dampen, worden verworpen op basis van overleg tussen arbeidsdeskundige en verzekeringsarts en nadere toelichting.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraken en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld is terecht beëindigd.