ECLI:NL:CRVB:2018:1067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand wegens voldoende draagkracht
Appellant, een studerende jongvolwassene, vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van rechtsbijstand ter hoogte van €598. Het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân wees dit af op grond van een draagkrachtberekening waarbij 35% van het inkomen boven de bijstandsnorm als draagkracht werd beschouwd.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant ongegrond en vond het collegebeleid niet kennelijk onredelijk. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de bijstandsnorm voor thuiswonende 18- tot 21-jarigen onvoldoende is en dat het college had moeten afwijken van het beleid vanwege het fundamentele belang van toegang tot de rechter.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het collegebeleid niet kennelijk onredelijk is en dat de geringe hoogte van de gevraagde kosten en het feit dat appellant feitelijk toegang tot de rechter heeft, geen bijzondere omstandigheden vormen om van het beleid af te wijken. Wel werd vastgesteld dat het college niet tijdig heeft beslist over de vergoeding van kosten in bezwaar, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat appellant daardoor niet benadeeld is.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand wordt afgewezen wegens voldoende draagkracht en geen bijzondere omstandigheden om van beleid af te wijken.