ECLI:NL:CRVB:2017:957
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding tandheelkundige behandelingen wegens verjaring
Appellant, een uitkeringsgerechtigde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht in november 2015 om vergoeding van tandheelkundige behandelingen uit de periode 2004-2008. Verweerder wees dit verzoek af omdat de declaraties pas na het verstrijken van de wettelijke verjaringstermijn van vijf jaar werden ingediend.
Appellant voerde aan dat bijzondere omstandigheden, waaronder persoonlijke privézaken en het oprichten van een stichting, de late indiening rechtvaardigden. De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden binnen de eigen risicosfeer van appellant vallen en dat geen reden bestaat om van de verjaring af te zien.
Ook het feit dat eerdere declaraties na de termijn werden vergoed, werd toegeschreven aan een administratieve fout en leidt niet tot een verplichting voor verweerder om ook deze late declaraties te vergoeden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege verjaring van de declaraties.