ECLI:NL:CRVB:2017:936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting na verhuizing zonder noodzakelijke zorg
Appellante verhuisde in oktober 2014 van Roermond naar Rotterdam en vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van woninginrichting. Het college wees de aanvraag af omdat deze kosten als algemene noodzakelijke bestaanskosten gelden en er geen bijzondere omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het besluit van maart 2015 niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het besluit van december 2014 af. Appellante stelde in hoger beroep dat de verhuizing noodzakelijk was vanwege de zorg voor haar zieke moeder en dat haar schulden haar belemmerden te reserveren voor de kosten.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs leverde voor de noodzakelijkheid van de verhuizing en dat het ontbreken van reserveringsruimte wegens schulden geen bijzondere omstandigheid is die bijzondere bijstand rechtvaardigt. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.