ECLI:NL:CRVB:2017:907
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor extra kosten bewindvoering wegens niet tijdige aanvraag
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor extra kosten van bewindvoering die zijn gemaakt in verband met schuldhulpverlening en schuldsanering. De kantonrechter verleende de machtiging voor deze kosten op 14 november 2013, maar de aanvraag om bijzondere bijstand werd pas op 5 december 2013 ingediend. Het college van burgemeester en wethouders van Hoorn wees de aanvraag af omdat de kosten zijn opgekomen vóór de datum van de aanvraag, wat volgens beleidsregels niet wordt vergoed.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij niet eerder bijzondere bijstand kon aanvragen dan na de machtiging van de kantonrechter en dat het college jarenlang aanvragen met terugwerkende kracht had gehonoreerd, waardoor sprake zou zijn van een vaste gedragslijn die het college nu schendt.
De Raad oordeelde dat de kosten zijn opgekomen op de datum van de machtiging en dat de aanvraag uiterlijk op die dag had moeten worden ingediend. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een latere aanvraag rechtvaardigden. De Raad stelde vast dat de eerdere ruimhartige praktijk van het college niet ziet op eenmalige extra kosten zoals in deze zaak en dat er geen sprake is van ongelijke behandeling. Het beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor extra kosten bewindvoering is terecht afgewezen wegens niet tijdige indiening.