Uitspraak
.Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. F. van der Kant-Dessens. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Vierboom, W.W. Hoek, J.L. Oranje en A. Krishna Sharma.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een politieambtenaar werkzaam sinds 1991, verzocht om doorstroming naar een seniorfunctie binnen de politie. Na een beoordelingsgesprek werd zijn functioneren over de periode 2010-2012 beoordeeld, waarbij één onderdeel een onvoldoende score kreeg. Het bezwaar tegen deze beoordeling werd door de korpschef ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad toetste of de beoordeling op voldoende gronden berustte en concludeerde dat, ondanks één onvoldoende score, het functioneren overwegend positief was beoordeeld.
Appellant voerde meerdere bezwaren aan, waaronder het ontbreken van een functioneringsgesprek voorafgaand aan de beoordeling, een vermeende bijstelling van scores na beoordeling van collega’s, en onduidelijkheid over de beoordelingscriteria door afwijkende organisatievorm. De Raad verwierp deze gronden, onder meer omdat jaargesprekken als functioneringsgesprekken werden aangemerkt en de beoordelingsmethodiek correct was toegepast.
De Raad oordeelde dat de beoordeling niet onhoudbaar was en dat appellant voldoende gelegenheid had gekregen om zijn functioneren te verbeteren. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beoordeling en verklaart het hoger beroep ongegrond.