Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het beroep ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving studiefinanciering als uitwonende student vanaf februari 2015. Appellant voerde een onderzoek uit naar de woonsituatie van betrokkene, waarbij een huisbezoek plaatsvond op het adres waar betrokkene in de basisregistratie personen stond ingeschreven. De controleurs stelden vast dat er nauwelijks tot geen spullen van betrokkene aanwezig waren en dat de hoofdbewoner verklaarde dat betrokkene vaker elders sliep.
Op basis van dit onderzoek herzag appellant de studiefinanciering en kwalificeerde betrokkene als thuiswonend, met terugvordering van te veel ontvangen bedragen. De rechtbank oordeelde echter dat het rapport en de verklaring onvoldoende feitelijke grondslag boden om te concluderen dat betrokkene niet op het adres woonde, mede omdat betrokkene plausibele verklaringen gaf voor de afwezigheid van spullen.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders. De Raad stelt dat appellant aan zijn bewijslast heeft voldaan met het rapport en de verklaring van de hoofdbewoner, die geen tot betrokkene te herleiden spullen op het adres constateerde. Betrokkene's tegenargumenten worden door de Raad als ongeloofwaardig beoordeeld, mede vanwege inconsistenties in zijn verklaringen.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft het bestreden besluit van appellant tot herziening en terugvordering van studiefinanciering in stand.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het herzieningsbesluit studiefinanciering blijft in stand.