ECLI:NL:CRVB:2017:669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- R.E. Bakker
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WGA-vervolguitkering na medische en arbeidskundige toetsing
Appellante, voormalig tuinbouwmedewerkster, meldde zich ziek met klachten zoals hoofdpijn en hoge bloeddruk. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek een arbeidsongeschiktheid van 54,62% vast en kende haar een WGA-vervolguitkering toe. Na bezwaar en een psychiatrische expertise werden beperkingen herzien en de uitkering ingetrokken omdat het verlies van verdiencapaciteit was vastgesteld op 21,27%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de arbeidskundige onderbouwing de geschiktheid voor de geselecteerde functies voldoende onderbouwde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten onjuist waren beoordeeld en dat onvoldoende informatie was ingewonnen, maar introk haar bezwaar tegen de geschiktheid voor de functies vanwege taalbeheersing.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank, stelde vast dat de medische en arbeidskundige beoordeling volledig en zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was het oordeel te herzien. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen; geen recht meer op WGA-vervolguitkering.