ECLI:NL:CRVB:2017:628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens langdurig verblijf in het buitenland zonder terugkeervoornemen
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en verbleef in 2012 en begin 2013 langere periodes in Griekenland. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok de bijstand met ingang van 17 december 2012 in vanwege het langdurige verblijf in het buitenland zonder terugkeervoornemen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging. Zij stelde dat zij tijdelijk naar Griekenland was gegaan voor de feestdagen en door ziekte niet eerder kon terugkeren, waardoor zij in januari 2013 nog recht had op bijstand.
De Raad oordeelde dat de bewijslast bij appellante lag om aan te tonen dat haar verblijf tijdelijk was. Omdat zij het college niet vooraf of tijdens haar verblijf had geïnformeerd en het college pas in juli 2013 van het verblijf op de hoogte was, werd aangenomen dat het verblijf geen tijdelijk karakter had. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking van de bijstand wordt bevestigd.