ECLI:NL:CRVB:2017:624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding termijn bij UWV-besluit
Het UWV stelde bij besluit van 12 november 2012 een maandelijkse inhouding vast op de WIA-uitkering van appellant ter verrekening van een schuld wegens teveel ontvangen uitkering en boete. Appellant diende pas op 24 juli 2014 bezwaar in tegen dit besluit, wat door het UWV niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege overschrijding van de bezwaarperiode.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het besluit terecht op de juiste datum naar het juiste adres was verzonden, ondanks het ontbreken van aangetekende verzending. Appellant slaagde er niet in te betwisten dat hij het besluit redelijkerwijs had ontvangen, mede omdat hij in juni 2014 contact had opgenomen met het UWV over de inhouding.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de uitspraak onvoldoende zorgvuldig was en dat de bewindvoerder nalatig was geweest in het doorsturen van post. De Raad overwoog dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard en dat de bewindvoerder voor rekening en risico van appellant handelde. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het UWV-besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaarperiode en het hoger beroep is verworpen.