ECLI:NL:CRVB:2017:604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet onderbouwde kasstortingen
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder sinds 2007. In een rechtmatigheidsonderzoek vroeg de gemeente Tilburg om onderbouwing van kasstortingen in december 2013, februari 2014 en april 2014, totaal €3.200,-. Appellante verklaarde dat het om kinderbijslag ging, maar leverde geen bewijs.
Het college trok de bijstand over deze periode in en verklaarde het bezwaar ongegrond omdat appellante haar verklaringen niet met bewijs ondersteunde. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt waar de kasstortingen vandaan kwamen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel een toereikende verklaring had gegeven, waaronder bedragen uit kinderbijslag, langdurigheidstoeslag, verjaardagsgeld en spaargeld van de kinderen. De Raad stelde echter vast dat ook in hoger beroep geen objectieve en verifieerbare gegevens waren overgelegd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat de herkomst van kasstortingen niet aannemelijk is gemaakt.