ECLI:NL:CRVB:2017:591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering en boeteoplegging wegens niet-wonen op brp-adres
Appellante was ingeschreven op een adres in de basisregistratie personen (brp) en ontving studiefinanciering als uitwonende studente. Na een huisbezoek waarbij geen persoonlijke spullen van appellante werden aangetroffen en de hoofdbewoner geen duidelijke informatie kon geven, herzag de minister de studiefinanciering en legde een bestuurlijke boete op.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij het huisbezoek en de bevindingen als voldoende bewijs beschouwde. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het huisbezoek onvoldoende was en dat een later gemeentelijk onderzoek aantoonde dat zij wel op het adres woonde.
De Raad oordeelt dat de minister aan de bewijslast heeft voldaan en bevestigt de herziening van de studiefinanciering. Wel beperkt de Raad de boete tot de periode van maximaal 12 maanden voorafgaand aan het huisbezoek, waardoor het boetebedrag wordt verlaagd. De Raad vernietigt het deel van de uitspraak dat de hogere boete handhaafde en stelt het boetebedrag vast op € 1.196,-. Tevens veroordeelt de Raad de minister in de proceskosten.
Uitkomst: Herziening studiefinanciering bevestigd, boete verlaagd tot € 1.196,- en minister veroordeeld in proceskosten.