Uitspraak
OVERWEGINGEN
1.5. Betrokkene heeft in december 2012 verzocht om bevordering naar de functie van senior GGP.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, politieambtenaar bij de voormalige regiopolitie, verzocht om bevordering naar senior GGP (schaal 8) op basis van het HAP II-beleid. De beoordeling van zijn functioneren over 2012 betrof acht competenties, waarvan zes met score 4 (uitstekend) en twee met score 3/4. De districtschef wijzigde deze scores naar 'voldoende/uitstekend' (score 3/4) conform een eerdere beoordeling uit april 2013.
De korpschef wees het bevorderingsverzoek af omdat niet aan de norm van 80% competenties met score 4 was voldaan. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat betrokkene voldeed aan de voorwaarden voor bevordering. De korpschef ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het criterium van 80% uitstekende scores als redelijke beleidsbepaling binnen de beoordelingsruimte van het bevoegd gezag valt. De Raad oordeelt dat de wijziging van scores door de districtschef in lijn is met eerdere vastgestelde beoordelingen en dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat de scores onhoudbaar zijn. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van betrokkene wordt verworpen.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het afwijzingsbesluit van 26 juni 2014 ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de bevordering wordt ongegrond verklaard en het eerdere vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.