ECLI:NL:CRVB:2017:551
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.N.A. Bootsma
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens ongeschiktheid niet toegestaan bij blijvende medische arbeidsongeschiktheid
Appellant is sinds 1998 in vaste dienst als ambtenaar en werd in februari 2011 door een bedrijfsarts blijvend arbeidsongeschikt verklaard voor zijn functie. Vanaf april 2013 verrichtte hij slechts tijdelijke en beperkte werkzaamheden in het kader van re-integratie, zonder dat sprake was van nieuw opgedragen werk. De staatssecretaris verleende hem in mei 2014 ontslag wegens ongeschiktheid anders dan op medische gronden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. Volgens vaste rechtspraak is het bestuursorgaan niet bevoegd tot ontslag wegens ongeschiktheid op andere dan medische gronden indien de ambtenaar als gevolg van ziekte ongeschikt is. Uit het dossier blijkt dat appellant niet beter is gemeld na de medische vaststelling in 2011 en dat de werkzaamheden na die datum geen nieuwe functie inhielden.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank en herroept het ontslagbesluit. Tevens veroordeelt de Raad de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het ontslagbesluit van de staatssecretaris wordt vernietigd omdat appellant blijvend arbeidsongeschikt is verklaard en het ontslag niet op andere dan medische gronden kan worden gebaseerd.