ECLI:NL:CRVB:2017:537
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet melden onroerend goed in Turkije
Appellante ontving bijstand van maart 2006 tot mei 2013 en was samen met haar echtgenoot eigenaar van een woning in Nederland. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft een onderzoek ingesteld naar onroerend goed in Turkije, waaruit bleek dat appellante eigenaar was van twee appartementen en landbouwgrond met een gezamenlijke waarde van €153.000.
Het college heeft de bijstand over de periode van december 2009 tot mei 2013 ingetrokken en de ten onrechte ontvangen bijstand teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat het onderzoek onrechtmatig was en dat er geen concreet vermoeden van fraude was. De Raad oordeelde dat het college bevoegd was tot het onderzoek zonder voorafgaand vermoeden en dat de inbreuk op privacy niet onevenredig was. Het enkel aanbellen bij de appartementen werd niet als huisbezoek gezien. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet melden van onroerend goed in Turkije.