ECLI:NL:CRVB:2017:5
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor medicinale cannabis wegens ontbreken medische noodzaak en voorliggende voorziening
Appellant, die sinds 2012 bijstand ontvangt en na een auto-ongeluk pijnklachten heeft, gebruikt medicinale cannabis ter pijnbestrijding. Hij vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten hiervan, nadat zijn letselschadevergoeding was gestopt en zijn zorgverzekeraar geen vergoeding gaf.
Het college wees de aanvraag af vanwege het ontbreken van medische noodzaak en het bestaan van een voorliggende voorziening, namelijk de Zorgverzekeringswet. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat medicinale cannabis niet onder de vergoede geneesmiddelen valt en dat er geen zeer dringende redenen zijn om af te wijken van de reguliere regeling.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar bracht geen nieuwe medische stukken in. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de omstandigheden geen zeer dringende redenen opleveren en bevestigde de afwijzing van de bijzondere bijstand.
De Raad wees ook proceskosten af en benadrukte dat de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten als passende en toereikende voorliggende voorzieningen gelden voor geneesmiddelenkosten, ook voor medicinale cannabis.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor medicinale cannabis wordt bevestigd wegens ontbreken van medische noodzaak en voorliggende voorziening.