ECLI:NL:CRVB:2017:490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en verblijf in Groot-Brittannië
Appellant ontving sinds 1995 bijstand en stond sinds 2006 ingeschreven in Den Haag. Na een anonieme tip startte de sociale recherche een onderzoek waaruit bleek dat appellant sinds 2007 in Groot-Brittannië stond ingeschreven, daar werkte en toeslagen ontving. Appellant ontkende dit tijdens verhoor en weigerde verdere verklaring.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug, omdat appellant niet had gemeld dat zijn centrum van maatschappelijk leven in Groot-Brittannië was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat appellant in hoger beroep aanvocht.
De Raad oordeelde dat het college voldoende feiten had verzameld om te concluderen dat appellant in Groot-Brittannië woonde en werkte, en dat medische klachten en verbruik in Nederland dit niet weerlegden. Appellant kon zijn stellingen niet met objectief bewijs onderbouwen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.