ECLI:NL:CRVB:2017:459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor stoelen en behang, toekenning om niet voor kinderbed en matras
Appellante, een alleenstaande ouder die bijstand ontvangt sinds 2007, vroeg bijzondere bijstand aan voor de vervanging van eetkamerstoelen, behang, een kinderbed en een matras. Na een huisbezoek concludeerde de Sociale Dienst dat vervanging van stoelen en behang niet noodzakelijk was, maar een kinderbed wel. Het college wees de aanvraag grotendeels af, behalve voor het kinderbed en matras, waarvoor een lening werd toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de stoelen en het behang wel degelijk aan vervanging toe waren en dat vanwege haar uitzichtloze schuldsituatie bijzondere bijstand voor het kinderbed en matras om niet had moeten worden verleend.
De Raad oordeelde dat de foto’s van appellante onvoldoende bewijs leverden voor noodzakelijke vervanging van stoelen en behang. Wel werd vastgesteld dat appellante ten tijde van de aanvraag een uitzichtloze schuldsituatie had, waardoor bijzondere bijstand voor het kinderbed en matras niet als lening maar om niet had moeten worden verleend. Het bestreden besluit werd daarom vernietigd en het college werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Bijzondere bijstand voor kinderbed en matras wordt om niet toegekend; aanvraag voor stoelen en behang wordt afgewezen.