Uitspraak
OVERWEGINGEN
5 februari 2014 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant geen recht heeft op een uitkering ingevolge de Wajong.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft op 28 oktober 2013 een Wajong-uitkering aangevraagd. Na medisch en arbeidskundig onderzoek is vastgesteld dat appellant beperkingen heeft, maar wel in staat is geweest om langdurig, langer dan zes maanden, passende werkzaamheden te verrichten waarbij hij ten minste 75% van het wettelijke minimumloon verdiende. Het UWV heeft het recht op uitkering geweigerd en dit besluit is in bezwaar en beroep gehandhaafd.
De rechtbank Gelderland heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard en geoordeeld dat de werkzaamheden die appellant in het verleden verrichtte passen binnen zijn arbeidsmogelijkheden en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die het werk onregelmatig maakten. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege een persoonlijkheidsstoornis niet in staat was reguliere werkzaamheden te verrichten en dat hij alleen onder bijzondere voorwaarden kon werken.
De Raad overweegt dat de functionele mogelijkheden juist zijn vastgesteld en dat het arbeidsverleden aantoont dat appellant langdurig passende arbeid heeft verricht zonder bijzondere voorwaarden. De verklaring van een voormalig manager bevestigt dat appellant goed functioneerde. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellant heeft geen recht op een Wajong-uitkering.