Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht van € 124,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant genoot sinds 1990 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Het UWV ontdekte dat appellant in 2012 een maandinkomen van circa €23.000,- had opgegeven aan de gemeente, wat aanleiding gaf tot een onderzoek. Dit onderzoek concludeerde dat appellant zijn inkomsten niet volledig had gemeld en dat de WAO-uitkering niet correct was gekort.
Op basis hiervan stelde het UWV de uitkering vanaf juni 2012 op nihil en legde een boete op wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat hij wel tijdig had geïnformeerd, maar dat zijn post niet was aangekomen door een vermoedelijke lokale vete. De rechtbank stelde de boete lager vast vanwege draagkracht, maar bevestigde de verwijtbaarheid.
In hoger beroep heeft het UWV de verrekening van inkomsten aangepast en het terugvorderingsbedrag verlaagd, maar de boete gehandhaafd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn brieven het UWV hadden bereikt en dat hij verwijtbaar had gehandeld. De boete van €1.140,- werd als evenredig bevestigd. Tevens werd het griffierecht aan appellant vergoed vanwege de tegemoetkoming van het UWV in hoger beroep.
Uitkomst: De boete van €1.140,- wegens verwijtbare schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd en het griffierecht wordt vergoed.