ECLI:NL:CRVB:2017:4373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan referte-eis
Appellant was tot mei 2008 in dienst bij een failliete werkgever en heeft daarna werkzaamheden verricht voor een andere rechtspersoon. Hij vroeg een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat hij niet voldeed aan de referte-eis zoals bedoeld in artikel 17 van Pro de WW.
De rechtbank stelde vast dat appellant in de referteperiode van 22 april 2013 tot 29 december 2013 geen dienstverband had en geen loon ontving. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel een dienstverband had bij een groep rechtspersonen en vroeg om aanhouding om bewijs te leveren van loonbetaling.
De Raad oordeelde dat de rechtbank de beroepsgronden terecht had verworpen en dat het verzoek tot aanhouding onvoldoende onderbouwd was. De enkele stelling van loonbetaling door een privépersoon zonder nadere toelichting was onvoldoende om een arbeidsovereenkomst aan te nemen.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en weigering WW-uitkering bevestigd wegens niet voldoen aan referte-eis.