ECLI:NL:CRVB:2017:4349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid per 6 januari 2014
Appellante, sinds 19 september 2011 arbeidsongeschikt als arbeidsvoorwaarden consulent, kreeg per 6 januari 2014 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 82,67%. Zij stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV waarin zij betoogde dat haar arbeidsongeschiktheid niet alleen volledig maar ook duurzaam was, waardoor zij aanspraak zou maken op een IVA-uitkering.
De Centrale Raad van Beroep toetste de beoordeling van de rechtbank Oost-Brabant en het UWV, waarbij het medisch oordeel van de verzekeringsarts centraal stond. Deze arts had in een rapport van 31 december 2014 toegelicht dat er op 6 januari 2014 nog een kans op herstel bestond, mede vanwege een verwachte pijnbehandeling en de medische situatie rondom nierinsufficiëntie.
De Raad concludeerde dat het oordeel van de rechtbank en de onderliggende rapporten voldoende inzichtelijk maken waarom de arbeidsongeschiktheid niet als duurzaam kan worden aangemerkt. De latere uitkomst van behandelingen die geen verbetering brachten, rechtvaardigt niet het terugwerkende oordeel dat de arbeidsongeschiktheid per genoemde datum duurzaam was.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante per 6 januari 2014 volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt was, waardoor zij recht heeft op een WGA-uitkering en niet op een IVA-uitkering.