ECLI:NL:CRVB:2017:4306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na medische beoordeling door verzekeringsarts
Appellante was werkzaam als medewerkster bij een slagerij en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet wegens psychische klachten. Na afloop van de wachttijd van 104 weken stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen recht had op een WIA-uitkering. Vervolgens werd zij per 14 januari 2015 door een verzekeringsarts geschikt geacht voor diverse functies en verloor zij het recht op ziekengeld.
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank handhaafde dit besluit en stelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en volledig was, waarbij rekening was gehouden met alle relevante medische stukken. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische klachten waren toegenomen en dat de rechtbank ten onrechte geen onafhankelijke deskundige had benoemd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep juist was en dat er geen aanleiding was tot het inschakelen van een onafhankelijke deskundige. De Raad stelde vast dat appellante voldoende gelegenheid had gehad haar standpunt te onderbouwen en dat de medische informatie consistent was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.