ECLI:NL:CRVB:2017:4230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor functies en redelijke termijn bij WIA-uitkering
Appellant, voormalig elektromonteur, vroeg een WIA-uitkering aan wegens rug- en schouderklachten. Het UWV concludeerde dat hij geschikt is voor drie van zeven geselecteerde functies en daarom geen recht heeft op een uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep met aanvullend medisch bewijs.
De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die aanvullende beperkingen vaststelde en leidde tot aanpassing van de Functionele Mogelijkhedenlijst. De arbeidsdeskundige concludeerde dat ondanks aanpassingen voldoende geschikte functies overbleven. De Raad volgde de deskundige en het UWV, bevestigde het besluit en oordeelde dat het bezwaar in eerste aanleg onvoldoende gemotiveerd was.
Verder constateerde de Raad een schending van de redelijke termijn in de rechterlijke fase en kende appellant een immateriële schadevergoeding van €500 toe. Ook werden proceskosten en griffierechten aan appellant vergoed. De uitspraak bevestigt het bestreden besluit met verbeterde gronden en benadrukt het belang van een zorgvuldige en gemotiveerde medische en arbeidskundige onderbouwing.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt bevestigd met aanpassing van de FML en toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.