ECLI:NL:CRVB:2017:4110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij pgb-terugvordering
Appellant ontving voor 2014 een persoonsgebonden budget (pgb) van het Zorgkantoor. Na het niet tijdig aanleveren van verantwoording over de besteding van het pgb over de tweede helft van 2014, stelde het Zorgkantoor het pgb lager vast en vorderde een bedrag terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar deed dit te laat.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een verschoonbare termijnoverschrijding, ondanks omstandigheden zoals het plotseling overlijden van de partner van de wettelijk vertegenwoordiger en het tijdelijk niet beschikken over de administratie. Appellant stelde in hoger beroep dat deze omstandigheden de termijnoverschrijding rechtvaardigen.
De Raad oordeelde echter dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is omdat het niet onmogelijk was tijdig bezwaar te maken of een derde in te schakelen. Ook de medische verklaring van de huisarts ondersteunde niet dat de wettelijk vertegenwoordiger niet in staat was tijdig bezwaar in te dienen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens een niet-verschoonbare termijnoverschrijding.