ECLI:NL:CRVB:2017:4027
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- A. Stehouwer
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens detentie en beroep op gelijkheidsbeginsel afgewezen
Appellante ontving sinds augustus 2014 bijstand en verbleef van 15 januari tot en met 23 februari 2015 in detentie. Het college trok haar bijstand met ingang van 16 januari 2015 in op grond van artikel 13 van Pro de Participatiewet, omdat gedetineerden geen recht op bijstand hebben. Appellante stelde in hoger beroep dat het college het gelijkheidsbeginsel had geschonden door haar anders te behandelen dan een ander persoon die ook in detentie was geweest.
De Raad stelde vast dat appellante en de andere persoon niet in gelijke situaties verkeerden omdat het college op verschillende momenten besliste: bij appellante was het besluit genomen tijdens detentie, bij de ander na detentie. Hierdoor was het recht op bijstand bij appellante terecht ingetrokken en bij de ander juist herzien.
De Raad concludeerde dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens detentie wordt bevestigd en het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt afgewezen.