ECLI:NL:CRVB:2017:4013
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening WIA-uitkering wegens borderline persoonlijkheidsstoornis
Appellant was werkzaam als [naam functie] en meldde zich in mei 2011 ziek wegens psychische klachten. Na beëindiging van het dienstverband in juli 2011 vroeg hij in mei 2013 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde bij besluit van 2 juli 2013 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen uitkering kreeg. Dit besluit stond in rechte vast.
Appellant verzocht op basis van een brief van systeemtherapeut Hol van oktober 2013 om herziening van het besluit. Het UWV wees dit verzoek af, waarna de rechtbank de afwijzing vernietigde en het UWV opdroeg het bezwaar opnieuw te beoordelen. Het UWV handhaafde het besluit bij een nieuw besluit in januari 2015. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de brief meer nieuwe informatie bevatte over zijn beperkingen, waaronder een borderline persoonlijkheidsstoornis, en dat dit tot een andere beoordeling had moeten leiden. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de brief en de beperkingen adequaat had beoordeeld en dat de beperkingen in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van juni 2013 voldoende rekening hielden met de klachten en beperkingen. Latere ontwikkelingen konden niet worden betrokken bij de beoordeling.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.