ECLI:NL:CRVB:2017:3971
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengeld op grond van arbeidsongeschiktheid bevestigd na zorgvuldige medische toetsing
Appellant had een Ziektewetuitkering die het UWV beëindigde omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na meerdere medische beoordelingen en een arbeidsdeskundig onderzoek werd vastgesteld dat appellant geschikt was voor functies als snackbereider en samensteller kunststof- en rubberindustrie.
Appellant voerde aan dat zijn knieklachten en beperkingen werden onderschat en verwees naar aanvullende medische rapporten. Hij stelde dat de functies niet geschikt waren en beriep zich op het arrest Korošec van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De Raad toetste de zorgvuldigheid van het UWV-onderzoek, de gelijkwaardigheid van de procesposities (equality of arms) en de inhoudelijke juistheid van het besluit. De Raad concludeerde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, appellant voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunt te onderbouwen, en dat de medische en arbeidsdeskundige bevindingen het besluit rechtvaardigden.
De aanvullende rapporten van appellant boden onvoldoende concrete onderbouwing om het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te weerleggen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.