ECLI:NL:CRVB:2017:3938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet-naleving administratieve verplichtingen
Appellant ontving voor 2013 een persoonsgebonden budget (pgb) van €47.131,51. Na vaststelling door het Zorgkantoor werd het pgb vastgesteld op €32.146,97, wat leidde tot een terugvordering van €14.984,54 wegens niet-verantwoorde besteding.
Appellant voerde aan dat hij voldoende zorg ontving en dat de zorg door zijn zus werd geleverd, eerst via een bedrijf en later als zelfstandige na faillissement van dat bedrijf. Hij stelde dat de belangenafweging ten onrechte niet in zijn voordeel was gemaakt.
De Raad stelde vast dat appellant niet voldeed aan de administratieve verplichtingen van artikel 2.6.9 Rsa, waardoor het Zorgkantoor bevoegd was het pgb lager vast te stellen en terug te vorderen. De belangenafweging was evenredig en redelijk, ook gezien de discrepanties in zorgovereenkomsten, facturen en bankafschriften.
Appellant bracht geen omstandigheden aan die het terugvorderen onredelijk maakten. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van het pgb bevestigd.