ECLI:NL:CRVB:2017:3926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering pgb wegens contante betalingen in strijd met voorschriften
Appellant ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor 2013, dat door het Zorgkantoor werd vastgesteld op €5.740,55. Het Zorgkantoor keurde een deel van de verantwoorde betalingen af omdat sinds 2012 contante betalingen uit het pgb niet zijn toegestaan. Hierdoor stelde het Zorgkantoor het pgb voor 2013 uiteindelijk vast op nihil en vorderde het teveel betaalde voorschotten terug.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat het ging om een geringe administratieve slordigheid zonder fraude, en dat de omvang van de zorg gelijk was aan voorgaande jaren. Het Zorgkantoor stelde het pgb vervolgens vast op €750,- en vorderde €4.990,55 terug. De rechtbank wees het beroep van appellant af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat het Zorgkantoor terecht het pgb lager heeft vastgesteld vanwege het niet naleven van de verplichting tot girale betaling zoals opgenomen in artikel 2.6.9 van de Regeling subsidies AWBZ. De belangenafweging van het Zorgkantoor was redelijk, mede omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat de contante betalingen daadwerkelijk voor AWBZ-zorg waren gedaan. De terugvordering van onverschuldigde voorschotten is daarom gegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €4.990,55 wegens contante betalingen in strijd met de Regeling subsidies AWBZ.