Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het beroep tegen het besluit van 18 juli 2014, voor zover dat betrekking heeft op
- vernietigt de besluiten van 12 april 2016 en van 7 juni 2016.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, werkzaam als burgerambtenaar bij het Ministerie van Defensie, verzocht om een verhoogde tegemoetkoming in de reiskosten voor de periode van 16 juni 2008 tot 1 april 2011, omdat zijn werkplek niet per openbaar vervoer bereikbaar was. Dit verzoek werd afgewezen omdat formeel de kazerne niet als niet per openbaar vervoer bereikbaar was aangewezen.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het verzoek van betrokkene een nieuwe aanvraag betrof en kende de verhoogde tegemoetkoming toe. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het verzoek van betrokkene moet worden gezien als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit uit 2008 waarbij een reguliere tegemoetkoming was toegekend en de verhoogde werd geweigerd. Omdat betrokkene geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd, mocht het bestuursorgaan het verzoek afwijzen.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens vernietigde de Raad nadere besluiten die voortkwamen uit de eerdere uitspraak, maar liet het dwangsombesluit in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een verhoogde tegemoetkoming wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.