Uitspraak
16.6833 PW
OVERWEGINGEN
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante werkte tot 2 september 2015 en vroeg op 28 oktober 2015 bijstand aan op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees de aanvraag af omdat appellante onvoldoende informatie verstrekte over haar financiële situatie, waaronder het niet overleggen van bankafschriften van een tweede bankrekening en onduidelijkheid over bijschrijvingen op haar rekening.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij aannemelijk had gemaakt dat zij in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde, mede vanwege psychische klachten en schuldenlast. De Raad oordeelde echter dat appellante onvoldoende duidelijkheid had verschaft, dat de verklaringen over bijschrijvingen onvoldoende overtuigend waren en dat het college terecht de aanvraag had afgewezen.
Verder stelde appellante dat het college onzorgvuldig had gehandeld door geen onderzoek te doen naar haar afwezigheid bij een gesprek, maar de Raad stelde vast dat dit niet de grondslag was voor de afwijzing. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagde niet omdat de wet geen ruimte biedt voor een belangenafweging in deze situatie.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende duidelijkheid over de financiële situatie van appellante.