ECLI:NL:CRVB:2017:3655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens hogere WIA-uitkering en toepassing kostendelersnorm
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet, die werd verlaagd vanwege de toepassing van de kostendelersnorm omdat zij samenwoonde met haar meerderjarige zoon. Tegen het besluit over de kostendelersnorm werd geen rechtsmiddel ingesteld, waardoor dit besluit rechtens onaantastbaar is geworden.
Vanaf 1 juli 2015 ontving appellante een WIA-uitkering die hoger was dan de bijstandsnorm. Het college trok daarop de bijstand in, wat door de rechtbank werd bevestigd. De rechtbank oordeelde dat het college verplicht was de kostendelersnorm toe te passen en dat het inkomen uit de WIA-uitkering het recht op bijstand uitsloot.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de kostendelersnorm niet toegepast zou moeten worden omdat haar zoon geen inkomen had, maar de Raad stelde vast dat hierover reeds onherroepelijk was beslist. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees de beroepsgronden af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand is terecht omdat de WIA-uitkering hoger is dan de bijstandsnorm en de kostendelersnorm rechtsgeldig is toegepast.