Uitspraak
18 september 2015, 14/7650 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen op grond van de Vreemdelingenwet 2000, had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor maatschappelijke opvang onder de Wmo. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam had deze aanvraag afgewezen en het bezwaar gehandhaafd. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het college opgedragen alsnog te beslissen, met een dwangsom bij niet tijdig beslissen.
Zowel betrokkene als het college gingen in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het college met het bestreden besluit reeds op de bezwaren had beslist en dat opvang in een Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) als een voldoende en voorliggende voorziening geldt, waardoor de noodzaak van Wmo-opvang vervalt. Betrokkene had geen recht op opvang gedurende de gehele periode.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover die oordeelde dat niet was beslist en dat het college een dwangsom verschuldigd was. Het beroep van het college werd gegrond verklaard en het beroep van betrokkene ongegrond. Het beroep tegen niet tijdig beslissen werd niet-ontvankelijk verklaard. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van maatschappelijke opvang wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.