ECLI:NL:CRVB:2017:3586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante ontving sinds 1997 een WAO-uitkering die in 2005 door het UWV werd beëindigd. Na een bezwaarprocedure werd het besluit tot beëindiging in 2006 definitief bevestigd. In 2015 verzocht appellante het UWV om herziening van dit besluit, stellende dat nieuwe diagnoses van tendinitis (2009) en fibromyalgie (2012) haar beperkingen niet in aanmerking waren genomen.
Het UWV wees het verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het eerdere besluit onjuist maakten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, stellende dat de diagnoses niet als nieuwe feiten in de zin van art. 4:6 Awb Pro konden worden beschouwd omdat de klachten reeds bekend waren en de beperkingen destijds waren meegewogen.
In hoger beroep herhaalde appellante dat de latere diagnoses aanleiding moesten zijn tot herziening. De Centrale Raad oordeelde dat noch de diagnose tendinitis noch fibromyalgie nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden die het UWV tot herziening hadden moeten brengen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees de vordering van appellante af.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek van appellante wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.