Uitspraak
OVERWEGINGEN
Op het bezwaarschrift van 30 december 2013 is, gelet op 4.1, beslist bij het bestreden besluit.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen op grond van het koppelingsbeginsel in de Vreemdelingenwet 2000, had bezwaar gemaakt tegen de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om hem maatschappelijke opvang te verlenen.
De rechtbank Amsterdam had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en bepaald dat hij recht had op opvang op grond van de Wmo. Zowel betrokkene als het college gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat opvang in een Vrijheidsbeperkende Locatie (VBL) een voorliggende voorziening is die de noodzaak van opvang op grond van de Wmo wegneemt. De voorwaarde van medewerking aan vertrek verbonden aan de VBL is niet onrechtmatig in de gegeven omstandigheden en de beoordeling daarvan behoort toe aan de staatssecretaris en uiteindelijk aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.