ECLI:NL:CRVB:2017:3568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-huisvesting op uitkeringsadres
Betrokkene ontving bijstand op grond van de Participatiewet en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Naar aanleiding van een fraudemelding over een hennepkwekerij in de woning startte de gemeente een onderzoek. Tijdens het onderzoek verklaarde betrokkene tijdelijk niet op het uitkeringsadres te hebben verbleven vanwege opname in een kliniek en een verblijf elders na ontslag. Een huisbezoek toonde afwezigheid van persoonlijke spullen en voorzieningen in de woning.
Het college trok de bijstand in en vorderde terugbetaling wegens het niet wonen op het uitkeringsadres. De rechtbank oordeelde dat betrokkene aannemelijk had gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf niet had opgegeven. Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het aan het college was om aannemelijk te maken dat betrokkene niet op het uitkeringsadres woonde. De Raad vond dat betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het verblijf elders tijdelijk was en wees op tegenstrijdigheden en het ontbreken van persoonlijke bezittingen in de woning. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van het college ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank deels vernietigd.