Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het beroep ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving een brief met een betalingsverzoek van 13 juli 2015 voor een eerder opgelegde bestuurlijke boete van 1.533,24 euro, vastgesteld bij besluit van 31 juli 2013. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze brief, maar appellant verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Awb is.
De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat de brief wel een besluit was. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders: de brief is slechts een herhaling van het eerdere besluit en niet gericht op een rechtsgevolg. Betrokkene had geen tijdig bezwaar gemaakt tegen het oorspronkelijke boetebesluit, dat daarmee in rechte vaststaat.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. De stellingen van betrokkene over het niet-plegen van fraude behoeven geen bespreking meer. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het betalingsverzoek is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen besluit is.