ECLI:NL:CRVB:2017:3481
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd in hoger beroep tegen besluit opvang Wmo 2015
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 9 februari 2016, waarin zijn aanvraag voor opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 werd afgewezen. Na diverse procedures stelde de rechtbank dat het college tijdig op de aanvraag had beslist met het besluit van 9 februari 2016. Appellant stelde dat dit besluit juridisch niet heeft bestaan omdat het later is herroepen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit van 9 februari 2016 rechtsgevolg heeft gehad en niet nietig is. Appellant had tegen het besluit rechtsmiddelen kunnen aanwenden en heeft dat ook gedaan. De Raad ziet geen grond om het appèlverbod te doorbreken en verklaart zich daarom onbevoegd om het hoger beroep te behandelen.
De Raad bepaalt tevens dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt terugbetaald en dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J. Brand en uitgesproken op 11 oktober 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en bepaalt dat het griffierecht wordt terugbetaald.