Uitspraak
16.2295 PW
OVERWEGINGEN
.De beroepsgrond van appellante slaagt daarom niet.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt bijstand volgens de norm voor een alleenstaande en woont samen met haar meerderjarige zoon die een Wajong-uitkering ontvangt. Het college heeft haar bijstand verlaagd met toepassing van de kostendelersnorm, wat zij aanvecht.
De Raad beoordeelt dat de kostendelersnorm bedoeld is om rekening te houden met schaalvoordelen bij gezamenlijke bewoning en dat deze norm ook geldt bij mantelzorgsituaties zoals deze. De Raad oordeelt dat er geen sprake is van ongerechtvaardigde discriminatie ten opzichte van AOW-gerechtigden, omdat de PW en AOW verschillende doelstellingen en rechtskarakter hebben.
Voorts wijst de Raad het beroep af dat de schrijnende situatie van appellante aanleiding zou moeten zijn om de kostendelersnorm niet toe te passen, aangezien de norm dwingendrechtelijk is en geen ruimte laat voor afwijking. Ook het argument dat het college inconsistent beleid voert wordt verworpen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het hoger beroep van appellante af.