ECLI:NL:CRVB:2017:3384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.M.G. Hink
- M. ter Brugge
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding Russisch pensioen en eigendom
Appellante ontving sinds 2010 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van meldingen over een Russisch pensioen en bankrekeningen startte de gemeente Rotterdam een onderzoek. Appellante gaf toe een Russisch pensioen te ontvangen en eigenaar te zijn van een appartement in Rusland, maar meldde dit niet tijdig aan het college. Hierdoor werd het recht op bijstand opgeschort en later ingetrokken, met terugvordering van ruim € 47.000.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij voldoende informatie had verstrekt, waaronder pensioenoverzichten en bankafschriften, maar de Raad oordeelde dat de bankafschriften niet representatief waren voor de relevante periode en onvoldoende inzicht boden. Ook ontbraken objectieve taxatierapporten voor de waarde van het appartement.
De Raad concludeerde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden, waardoor het college het recht op bijstand niet kon vaststellen. De intrekking en terugvordering waren daarom terecht. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.