ECLI:NL:CRVB:2017:3366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- M. Hillen
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding eigendom onroerend goed in Suriname
Appellante ontving sinds 2011 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een anonieme melding over eigendom van onroerend goed in Suriname, onderzocht het college de rechtmatigheid van de bijstand. Tijdens het onderzoek bleek dat appellante twee percelen grond in Suriname bezat die zij niet had gemeld.
Het college schortte de bijstand op en trok deze later in, met terugvordering van de kosten over de gehele periode. Appellante leverde onvoldoende bewijs om de waarde van de percelen en haar vermogen aannemelijk te maken, waardoor het college het recht op bijstand niet kon vaststellen.
De Raad oordeelt dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden en dat het college terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd. Wel was het college niet bevoegd tot opschorting omdat appellante de gevraagde gegevens tijdig had verstrekt. Dit gebrek wordt echter gepasseerd omdat appellante hierdoor niet is benadeeld. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met een verbetering van de motivering.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting; opschorting wordt gepasseerd.