ECLI:NL:CRVB:2017:3336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen na verblijf in het buitenland
Appellant ontving bijstand sinds oktober 2010 en verbleef van oktober 2011 tot januari 2012 in het buitenland zonder het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar te informeren over zijn verblijfplaats. Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de ontvangen bedragen terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet kon voorzien dat besluiten zouden worden toegezonden en dat retour gezonden post bewijst dat hij de besluiten niet heeft ontvangen. De Raad oordeelde dat het college aan haar bekendmakingsverplichting had voldaan door verzending naar het laatst bekende adres, ondanks het verblijf van appellant in het buitenland zonder adreswijziging.
De Raad stelde vast dat de bezwaartermijn was verstreken en dat het risico van niet-ontvangst van post bij verblijf buiten de eigen woning voor rekening van appellant komt. De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar werd bevestigd en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen intrekking en terugvordering van bijstand wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.