ECLI:NL:CRVB:2017:3209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- D.S. de Vries
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele begeleiding wegens mantelzorg door partner
Appellant, met ernstige psychische aandoeningen, vroeg om individuele begeleiding op grond van de Wmo 2015, welke door het college werd afgewezen omdat zijn partner mantelzorg verleent die zijn beperkingen compenseert.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het college onterecht geen persoonsgebonden budget (pgb) verstrekte en dat zorg in natura niet acceptabel voor hem is.
De Raad oordeelde dat mantelzorg wordt gedefinieerd als hulp vanuit een sociale relatie zonder hulpverlenend beroep en dat de partner van appellant deze mantelzorg verleent. Omdat de beperkingen van appellant door deze mantelzorg worden weggenomen of verminderd, is het college terecht niet overgegaan tot verstrekking van een maatwerkvoorziening.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om individuele begeleiding is terecht afgewezen omdat de beperkingen van appellant worden gecompenseerd door mantelzorg van zijn partner.